Historie

Historie

Molen De Doornboom werd in 1856 of 1857 gebouwd op een stuk bouwland aan de Voortschepad in Hilvarenbeek, in opdracht van landbouwer Woestenberg. Het is de enige molen in Hilvarenbeek die nog met windkracht kan malen; de andere windmolens, een watermolen en diverse rosmolens uit de gemeente zijn geheel verdwenen of slechts in resten bewaard gebleven.

De eerste mulder die met name bekend is, was Josephus (Sjef) van Riel. In zijn tijd, eind negentiende eeuw, werd er vooral rogge, boekweit en eikenschors (gebruikt door leerlooiers) gemalen. Van Riel verpachtte de molen in 1897 aan Jac. van Gool, die in 1903 koos voor een eigen stoommaalderij en daarmee de eerste in Hilvarenbeek was die windkracht door een motor verving.

In hetzelfde jaar, 1903, ging Piet van Rijswijk de Doornboom huren. Op 12 augustus 1905 brandde de molen volledig uit, mogelijk doordat de brandbare eikenschors vlam vatte. Bij de herbouw werden onder meer tweedehands onderdelen uit "Holland" gebruikt: twee stalen roeden van de gerenommeerde firma Gebroeders Pot en een gietijzeren as uit 1840 van de Haagse firma Enthoven, een van de oudste die in Nederland bewaard zijn gebleven. In 1908 kocht Van Rijswijk de molen aan. In de jaren erna kreeg de molen onder meer een hulpmotor, een zaag-, olie- en pelinrichting, en exploiteerde Van Rijswijk in het bijbehorende woonhuis ook een café, waar lange tijd een schutterij (kruisboogvereniging) was gevestigd - vermoedelijk de oorsprong van de naam Doelenstraat.

In 1939 nam zoon Jan van Rijswijk het bedrijf over en bleef tot in de jaren zestig met wind- en hulpkracht malen. In 1963 verkocht hij de molen aan Zwaardemakers Industrie, die nauwelijks onderhoud liet uitvoeren. De gemeente Hilvarenbeek greep in, kocht de molen op 17 juni 1969 aan en liet hem plaatsen op de Rijksmonumentenlijst. Plannen voor een horecabestemming in de molen werden afgewezen door het ministerie; in plaats daarvan kreeg molenmaker J. Bos en Zoon uit Almkerk de opdracht tot een ingrijpende restauratie, met behoud van de molen als cultuurmonument en werktuig.

Deze restauratie, die in 1972 werd afgerond, kostte destijds ƒ74.000 en omvatte vervanging van talloze onderdelen, van de roeden tot de kapbeplanking. Op de begane grond was tot 1984 de expositie "Het Oude Ambacht" van de heemkundige kring te zien. Sindsdien wordt de molen onderhouden en op gezette tijden draaiend gehouden door vrijwilligers, met als doel hem als levend, malend monument voor de gemeenschap te behouden.

Scroll naar boven